Station To Station
De eerste tekenen van Bowie’s terugkeer naar Europa
Op 23 januari 1976, vandaag precies 50 jaar geleden, werd David Bowie’s tiende studioalbum uitgebracht. Station To Station geldt als een van zijn sterkste albums en is, zoals wel meer platen uit zijn oeuvre, er een met een verhaal. Dat begint met het nieuwe personage dat hij direct in het openings- en titelnummer van dit album introduceert: The Thin White Duke. Bowie staat bekend om zijn alterego’s die hij bedacht en gebruikte omdat hij, zo zei hij ooit in een interview, nooit als zichzelf op het podium wilde staan. Ten tijde van Station To Station is dat nog steeds zo, maar lijkt het nieuwe personage dat hij eerst op dit album en daarna op het podium ten tonele zal brengen angstvallig veel op de persoon David Bowie. De elegante en ietwat duistere Thin White Duke is immers een koele, zeer magere en scherp gesneden verschijning die weinig verhult van de fysieke en mentale staat waarin degene die hem heeft gecreëerd op dat moment verkeert. Bowie worstelt op dat moment met een drugsverslaving en de decadente overdaad van zijn roem – en de keerzijde daarvan – die hem een afstandelijke en paranoïde schim van zichzelf hebben gemaakt.
Bowie schrijft en neemt Station To Station eind 1975 op in Los Angeles, een stad die hij altijd al verafschuwde maar waar hij zichzelf een paar jaar eerder heeft gedwongen toch te gaan wonen. Door zich als buitenstaander te positioneren in een vreemde en ongemakkelijke omgeving die hij tracht te doorgronden, kan hij ervaren wat het met zijn schrijven zal doen. Dat proces, hoe dat dan ook uitwerkt, houdt hem als kunstenaar productief en op de been. Het is een reeds beproefde formule die hij later eens te meer zal toepassen als hij weer uit L.A. vertrekt. Bowie zou de stad in latere interviews betitelen als een ‘fabricatie’, een wereld vol falsificaties, façades en showbusiness die van de mensen in L.A. oppervlakkige phoneys maakt. Bowie kan als ‘outsider’ weinig anders dan deze ‘grand illusion’ gewoon maar te absorberen. En artistiek gezien, werkt dat: op zijn plaat Young Americans verwerkt hij invloeden van Amerikaanse soul- en funkmuziek wat hem grote hits oplevert. Op persoonlijk gebied echter ervaart hij direct de nadelen van dat succes: hij geeft toe aan alle destructieve verleidingen die de nieuwe wereldster worden aangereikt: drugs, dure spullen, oppervlakkige contacten en overdaad. Heel veel overdaad. Bowie belandt in L.A. in een impasse: zijn leven wordt gekenmerkt door een allesbeheersende cocaïneverslaving, hij wordt opgeslokt door een wereld van betekenisloos uiterlijk vertoon en zit bovendien vast in de toxische relatie met zijn vrouw Angela alsmede een financieel verstikkend contract met zijn manager Tony Defries.
Ondanks alles blijft Bowie productief. Hij maakt Station to Station, een plaat die we, nu terugkijkende, kunnen beschouwen als een overgangsalbum tussen de veramerikaanste Bowie en de Bowie die zichzelf later zal ontpoppen als experimentele art-rocker in West-Berlijn. Station To Station klinkt als een mix van reeds beproefde muziekstijlen en een nieuwer, onconventioneel, Europees geluid. Waar de warme soul en dansbare funk van voorganger Young Americans nog goed te horen is op hitsingles als ‘Golden Years’ en ‘Stay’ worden die stijlen vooral op de 10 minuten lange titeltrack de richting opgestuurd van de electronica, mechanische ritmes en geluidsfragmenten die op dat moment niet geheel toevallig de ‘zakelijke’ muziek van Kraftwerk kenmerkt. Bowie is al een tijdje geïntrigeerd door de nieuwe en onconventionele manier van muziek maken zoals dat op dat moment in Europa en met name West-Duitsland gebeurt. Geheel in de geest van de experimentele Krautrock-aanpak verwerkt Bowie tussen de melodieuze pianoballades subtiel wat rauwe randjes en klinkt bij tijd en wijlen een kille ondertoon. Accelererende ritmes en elektrische gitaren sturen een nummer als ‘TVC15’ op het einde zelfs naar hardrock. Het is dan ook geen toeval dat hij op datzelfde ‘TVC15’, een energiek nummer met een absurdistische tekst die verhaalt over iemand die door een TV is opgeslokt (een treffende metafoor voor het leven in L.A.), een door Kraftwerk geïnspireerde regel laat terugkomen: “Transition, transmission”. Hier klinkt een artiest in transitie die klaar is om nieuwe dingen uit te proberen. Bowie beweegt muzikaal dan ook langzaam een nieuwe richting op. De voortekenen daarvan horen we op Station To Station. Een ‘new career in a new town’ lonkt. Ontkomen aan het destructieve milieu aan de Amerikaanse west coast dat hem op persoonlijk vlak in de greep houdt, om überhaupt te kunnen overleven, zal een grotere beweging vergen. Zover is het nog niet.
Begin 1976 neemt David Bowie Station To Station eerst mee op wereldtournee. Zijn Isolar Tour brengt hem op 10 april 1976 naar de Deutschlandhalle in West-Berlijn. Bowie geeft daar een concert dat bepalend zal zijn in de volgende stap in zijn leven en carrière. Het is namelijk hier dat hij Romy Haag ontmoet. De Inhaberin van Chez Romy, een van West-Berlijns meest legendarische nachtclubs, is volgens velen de mooiste vrouw van de stad. Bowie valt als een blok voor haar. Zij, die op het podium van Chez Romy excentrieke travestieshows geeft waarin ze de pruik van haar hoofd trekt en de lippenstift van haar gezicht smeert, is in alles onbeschroomd zichzelf. Ze zal Bowie mede inspireren om op zijn beurt de pose en de gefabriceerde schijn van L.A. van zich af te werpen en naar Europa te komen.
Die avond in de Deutschlandhalle bevindt zich tussen het publiek ook ene Christiane F., een jong West-Berlijns meisje dat het titelnummer ‘Station To Station’ in een dan nog te verschijnen verslag over haar leven als drugsverslaafd heroïnehoertje in West-Berlijn veelzeggend ‘It’s too late’ noemt. Nummers van onder meer Station to Station zullen in dat boek de soundtrack vormen bij een duistere drugswereld waar zij zoals meer kinderen in het West-Berlijn van eind van de jaren zeventig in werden gezogen en waaruit ontsnappen met de dag onwaarschijnlijker leek. Voor David Bowie zelf blijkt er een uitweg te zijn uit L.A. –natuurlijk een via zijn eigen muziek– wanneer hij in de zomer van 1976 eerst naar Frankrijk vertrekt en in de herfst van datzelfde jaar doorreist naar datzelfde West-Berlijn om daar te blijven, tenminste, tot het volgende station zich weer zal aandienen.



Nog iemand met heimwee naar Bowie vanavond:
https://substack.com/@joergnicht/note/c-204075432?r=5dsib7&utm_medium=ios&utm_source=notes-share-action