Let's Dance = 43!
Bowie op zijn dansbaarst

Als ik de gasten op m'n Bowie-wandeltours door Berlijn de vraag stel wanneer Bowie hun leven kwam binnengewandeld (pun intended), noemt zeker de helft 'Let's Dance'. En dat is niet gek: op 14 april 1983 leverde Bowie opeens een plaat af die zó radiovriendelijk, dansbaar en hitgevoelig was dat hij er een heel nieuw en breed publiek mee aansprak.
Met de gigantische radiohits 'Let’s Dance', 'Modern Love' en 'China Girl' was dit, terugkijkend, simpelweg zijn commerciële hoogtepunt. Bowie was niet alleen de fascinerende kameleon voor de liefhebber, nee: 'Let's Dance' maakte van hem een popidool en een van de grootste wereldsterren van de jaren '80. Tijdens de Serious Moonlight Tour waarmee hij zijn nieuwe album promootte, stond hij plots voor een heel ander publiek dan voorheen; eentje dat hij later gekscherend maar veelzeggend een ‘Phil Collins-publiek’ zou noemen.
Dit succes was het gevolg van een bewuste keuze. Bowie had in 1982 niet bijzonder veel nieuw eigen materiaal op de plank liggen en wilde, simpel gezegd, ook gewoon eens een paar grote hits scoren bij het grote publiek. Om zijn volgende album een hitgevoelige en dansbare sound mee te geven, schakelde Bowie Nile Rodgers - oprichter en gitarist van de New Yorkse discoformatie Chic - in om de plaat te produceren. Rodgers voorzag Bowie’s songs van uptempo en funky ritmes en een radiovriendelijk geluid. Daarbij greep Bowie terug op bestaand werk: 'Cat People (Putting Out Fire)', dat hij een jaar eerder samen met Giorgio Moroder voor de gelijknamige horrorfilm had gemaakt, werd opnieuw opgenomen. Ook het nummer 'China Girl', dat hij in 1976 samen met Iggy Pop had geschreven en dat in een rauwe punkversie op diens eerste soloalbum was verschenen, werd met de hulp van Nile Rodgers nieuw leven ingeblazen. Met Metro’s ‘Criminal World’ nam hij daarnaast nóg een goed in het gehoor liggende cover op. Het werkt: samen met de fonkelende gitaarsolo’s van de op dat moment nog tamelijk onbekende bluesgitarist Stevie Ray Vaughan - die Bowie in 1982 zag optreden op het Montreux Jazz Festival - kregen de nieuwe én oude songs een onweerstaanbaar popgevoel mee dat perfect werd toegesneden op de mainstream.
Zo werd ‘Let’s Dance’ niet de meest vernieuwende maar wél een van de meest dansbare platen uit Bowies oeuvre. What's in a name.


Mooi verhaal van een geweldig album!
Criminal world is toch echt wel mijn hoogtepunt überhaupt een van mijn favorieten van hem.