Ine
Afgelopen week nam ik twee vijftigers uit Sydney en een vader en dochter uit Kopenhagen mee op een Bowie-wandeltour door Berlijn. Het meisje was 11. Ze had een fotocameraatje om haar nek en huppelde de hele tour opgetogen om me heen. Sinds haar vader ‘China Girl’ had laten horen, was ze fan.
Ik had haar niet verwacht, maar het zette de toon voor een fantastische tour. Ze dwong me rustig te praten en de dingen extra goed uit te leggen. Ik zong iets meer dan ik normaalgesproken doe.
Halverwege de tour kwamen we vanuit de ondergrondse boven en doemde de Brandenburger Tor voor ons op. Ze straalde bij het zien van het imposante bouwwerk en maakte er tientallen foto’s van. Later bij de laatste stop van de tour, Bowie en Iggy’s oude stamkroeg ‘Neues Ufer’ in Schöneberg, maakte ze opgewonden foto’s van de vele Bowie-portretten en -schilderijen aan de muur.
Omdat ze als minderjarige niet in de Raucherskneipe mocht blijven, gingen we buiten op het terras aan de straat zitten. Binnen kocht haar vader een Bowie-beeldje voor haar. Nadat ik de Australiërs naar hun favoriete Bowie-plaat had gevraagd en haar daarna dezelfde vraag stelde, zei ze zacht in perfect Engels met een licht Deens accent en met glinsterende ogen:
“‘The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars’!”
Er is hoop voor de nieuwe generatie. Er is hoop. En soms komt die aanhuppelen met Bowie in haar hart en een camera om haar nek.


Leuk geschreven!