Dries en Eugenie
Eerder had ik hem zien schuifelen bij de voorgebakken flensjes en het schap met kruiden. Zijn wandelstok lag dwars over de kar en hij bewoog zich richting de verse groenten. Om het gevaarte niet te raken, maakten de mensen in de Plus pas op de plaats. Traag voer hij zo voor ons langs een volgend gangpad in.
Later stond het echtpaar voor me in de rij. Zij legde het balkje op de band en besloot: “Zo, jongeman, nu mag jij.” Aan het einde van de kassa rekte haar echtgenoot zich hoopvol uit naar ieder product dat kassière zijn kant opschoof: Cointreau, druiven, afbakbrood.
Op mijn beurt scande de kassière mijn vis en wijn. Ik hengelde ongevraagd de laatste fles likeur in zijn tas toen het meisje -niet geheel onverwacht- naar mijn legitimatie vroeg. Ik boog me naar hem toe: “Zou ik haar zeggen dat ik tijdens uw premierschap geboren was?”
Hij antwoordde met een lach en vervolgde toen zijn pas. De oude Dries van Agt ging verder met de dag.


